Hoeveel Nederlandstalige leerlingen vallen uit de boot ?

Van de 1.565 leerlingen die in het Brussels Nederlandstalig basisonderwijs totnogtoe in geen enkele school van hun keuze een plaatsje kregen, komt zo’n 43 procent uit een gezin waarin (minstens door één van beide ouders) Nederlands wordt gesproken. Dat blijkt uit cijfers die Brussels onderwijsminister Jean-Luc Vanraes onlangs bekendmaakte.

Volksvertegenwoordigers Paul Delva en Bianca Debaets (CD&V) pleitten er nu voor dat deze cijfers verder worden onderzocht omdat ze wellicht nog geen correct beeld geven. ‘Als blijkt dat dit cijfer van 43 procent – of zo’n 670 geweigerde leerlingen met minstens één Nederlandstalige ouder – correct is, dan is dit een bijzonder hoog getal en moeten er gepaste maatregelen worden getroffen. Maar omdat de veronderstelde Nederlandstaligheid enkel berust op een verklaring op eer kan dit cijfer te hoog geschat zijn.’

Paul Delva en Bianca Debaets herhalen daarom hun pleidooi om vanaf volgend schooljaar de verklaring op eer te vervangen door één of meerdere objectieve parameters. ‘Vanaf volgend jaar kan men de veronderstelde Nederlandstaligheid onderzoeken door b.v. de schoolloopbaan van de ouders na te gaan: heeft minstens één van beiden een diploma van een Nederlandstalige instelling of op z’n minst een bepaald aantal jaren les gelopen in zo’n school, dan komt het kind in aanmerking voor de voorrangsregeling voor Nederlandstaligen.’

Tegelijk willen de CD&V-parlementsleden dat er, via een gerichte uitbreiding, bijkomende plaatsen worden gecreëerd in de gemeenten waar de capaciteitsdruk het grootst is. ‘In bepaalde gemeenten in Brussel zitten alle onthaalklasjes vol. Als men de vrije schoolkeuze wil garanderen, moet men daar extra plaatsen inrichten.

 

Meer info:

Bianca Debaets (0486 21 73 50)

Paul Delva (0475 54 94 36)