Mijnheer de Minister, collega’s,
De beleidsnota Brussel kan op onze goedkeuring rekenen. Ik haal straks een aantal elementen aan die we vanuit CD&V zeker en vast als positief ervaren.
Maar ik zou eerst willen zeggen dat, gezien de ontwikkelingen in Brussel de laatste weken – waar wij trouwens verleden week een actualiteitsdebat over hielden hier in het Vlaams Parlement – deze beleidsnota een bijzonder reliëf krijgt.
Zoals ik verleden week stelde, ben ik ervan overtuigd dat Vlaanderen, via de instrumenten waar het in Brussel over beschikt, een belangrijke rol kan spelen op diverse domeinen in onze hoofdstad. Vlaanderen investeert veel in Brussel. Denken we b.v. aan het onderwijs, de culturele instellingen, het welzijnsbeleid (ik ben trouwens blij dat we hier nog een tandje gaan bijsteken), de initiatieven rond inburgering, … Al deze beleidsinitiatieven kunnen in Brussel mee het verschil maken. Ik zou dan ook van de gelegenheid gebruik willen maken om iedereen op te roepen om meer dan ooit in de bres te springen voor onze hoofdstad.
Enkele elementen nu die voor ons van groot belang zijn in de beleidsnota Brussel en waarnaar ook verwezen wordt in de motie die ter stemming voorligt :
1) De beleidsnota legt terecht sterk de nadruk op het belang van een sterke band tussen Vlaanderen en Brussel; er worden maatregelen aangekondigd om deze band verder te verstevigen. Zeer belangrijk voor CD&V is dat dit gebeurt in samenwerking met alle betrokkenen. Als er één zaak duidelijk geworden is de laatste weken, dan is het wel dat in Brussel meer dan ooit samenwerking nodig is en Vlaanderen moet hier het goede voorbeeld geven door volop in te zetten op samenwerking: met de VGC, met het middenveld, enz….
2) De nota houdt de specifieke instrumenten voor het Brusselbeleid verder aan, o.a. de Brusselnorm (dwz. : ten minste 5% van Vlaamse gemeenschapsuitgaven zijn bestemd voor Brussel), en de Brusseltoets (dwz : ervoor zorgen dat de Vlaamse regelgeving ook in Brussel kan toegepast worden).
3) De nota kondigt ook enkele nieuwigheden aan voor de volgende 5 jaar, en waarin wij ons kunnen terugvinden. Ik som er vijf op :
- een sterkere samenwerking met, en betrokkenheid van het Vlaams verenigingsleven in al zijn verscheidenheid in Brussel. We zijn blij dat het “terrein”, het “werkveld” als dusdanig erkend wordt;
- een versterkte samenwerking met de VGC, en een uitklaring van de respectievelijke taken, via het kerntakendebat;
- een inhaaloperatie voor de welzijnsvoorzieningen in Brussel (waaronder kinderopvang en seniorenvoorzieningen);
- een structurele samenwerking vanuit Vlaanderen met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op het vlak van mobiliteit, tewerkstelling,…;
- een evaluatie van het inschrijvingsbeleid in de Nederlandstalige scholen in Brussel. Het onderwijs in Brussel staat voor grote uitdagingen : het Franstalig maar ook het Nederlandstalig onderwijs. Drie elementen die hierbij onze aandacht verdienen zijn ongetwijfeld de volgende :
- versterken de huidige instrumenten en beleidsopties daadwerkelijk de sociale mix in de scholen in Brussel ?
- hoe plaatsen we ons t.o;V. de bevolkingsexplosie die er in Brussel aankomt, wetende dat onze scholen er vol zitten ?
- hoe kunnen we ervoor zorgen dat het Nederlandstalig karakter van deze scholen zo veel als mogelijk bewaard worden ?
Ik zal het hierbij houden collega’s. Toch wil ik als afsluiter nog even wijzen op het grote belang van de Vlaamse universiteiten in Brussel, o.a. de HUB (of Hogeschool Universiteit Brussel). Deze instelling komt weinig, te weinig voor het voetlicht, maar is een krachtige en toekomstgerichte Vlaamse partner in onze hoofdstad. Ik meen dat de HUB ook vanwege dit parlement op meer aandacht zou moeten kunnen rekenen.
Tot slot : ik denk dus dat de beleidsnota ons kan helpen om een antwoord te bieden op de grote uitdagingen die op ons afkomen.
Paul Delva
