Het Vlaams Parlement,
– gehoord de bespreking van de beleidsnota Cultuur 2009-2014;
– gehoord het antwoord van Vlaams minister Joke Schauvliege
gelet op
- Het Vlaams regeerakkoord 2009-2014
- de strategische en operationele doelstellingen in de beleidsnota;
overwegende dat
- in het cultuurforum in dialoog wordt gegaan met de cultuursector;
vraagt de Vlaamse Regering, bij de uitvoering van de beleidsnota Cultuur 2009-2014:
- de strategische doelstelling rond duurzaam cultuurbeleid dat gebaseerd is op kennis en visie te ondersteunen, het werk van de advies – en beoordelingscommissies te waarderen en hiermee rekening te houden bij de opmaak van decreten en bij het nemen van beslissingen;
- voldoende middelen ter beschikking te stellen van de eigen instellingen voor hun verdere uitbouw tot performante en toonaangevende organisaties;
- te werken aan een geïntegreerd letterenbeleid;
- werk te maken van een grondige evaluatie van het participatiedecreet en na te gaan of met dit decreet de beoogde effecten en doelgroepen wel degelijk worden bereikt;
- het kunstendecreet te evalueren en te bekijken op welke manier de bestaande schotten tussen de disciplines kunnen worden weggewerkt en hoe bij de verdeling van de subsidies kan worden gestreefd naar een verhouding van ongeveer 10% projectsubsidies versus 90 % structurele subsidies en hoe de reeds jaren bestaande paradox tussen meer middelen voor de sector en gemiddeld minder middelen per betrokken organisatie kan aangepakt worden
- bijzondere aandacht voor de individuele kunstenaar en in dit kader ook overleg te plegen met de federale overheid over het sociaal statuut van de kunstenaar, het auteursrecht en het mecenaat;
- in het kader van het Lokaal Cultuurbeleid er over te waken dat de positieve verworvenheden van de lokale cultuurbeleidsplannen en het participatie- en planningsproces dat daar nu integraal deel van uit maakt, niet verloren gaan in het integraal gemeentelijk beleidsplan;
- aandacht te hebben voor de samenwerking tussen de beleidsdomeinen roerend en onroerend erfgoed en tussen de culturele sector en de openbare omroep;
- afstemming te realiseren tussen de bevoegde ministers voor operationele samenwerking en tussen de verschillende Vlaamse spelers op het internationale toneel, zoals Internationaal Vlaanderen, Flanders Investment & Trade (FIT) en Toerisme Vlaanderen voor de informatie-uitwisseling;
- Het internationale cultuurbeleid versterken met aandacht voor een bevoorrechte relatie met Nederland
- binnen het sociaal-cultureel werk tegemoet te komen aan de vraag van de sector naar decretale stabiliteit en rationalisering van de bovenbouw, wat bijsturingen waar nodig niet uitsluit;
- na te gaan op welke manier het Vlaamse cultuurbeleid ook in het diverse en interculturele Brussel zo efficiënt mogelijk kan uitgevoerd worden, en het overleg met het Brussels Kunstenoverleg (BKO) verder te zetten om in overleg met de bevoegde ministers te bekijken hoe en in welke mate het Cultuurplan Brussel kan gerealiseerd worden;
- in het erfgoedbeleid werk te maken van een gecoördineerde inhaalbeweging op het vlak van digitalisering van de stukken en geautomatiseerde inventarisatie. Het aanmoedigen van onze culturele erfgoedinstellingen om in te stappen in het Europeanaverhaal moet daarbij een prioriteit zijn;
- voldoende te investeren in cultuur, zeker in die culturele actoren die tewerkstelling genereren of zelf een multiplicatoreffect realiseren op het vlak van externe return.
