Vrije tribune over het Nederlandstalig onderwijs in Brussel : “Et maintenant, que vais je faire ?”

Het Vlaamse inspectiedecreet voor de scholen in de faciliteitengemeenten veroorzaakte de laatste weken heel wat heisa. Het onderwijsvraagstuk in Brussel is echter van een gans andere omvang en veel prangender. De uitdagingen voor de Nederlandstalige scholen zijn niet min : de massale aanwezigheid van anderstalige leerlingen, een tekort aan scholen en leerkrachten, vragen over de kwaliteit van het onderwijs. In BDW van 19 november lieten Sp-a en Open VLD hierover hun licht schijnen. CD&V is duidelijk : alleen een herziening van het GOK-decreet (Gelijke Onderwijskansendecreet), waarbij de voorrang voor Nederlandstalige kinderen in de scholen eindelijk echt gestalte krijgt, kan mee een uitweg bieden.

De Nederlandstalige scholen in Brussel kenden een merkwaardige evolutie. Ze verloren duizenden leerlingen in de jaren ’70 en begin jaren ’80.  De vrees om op grote schaal scholen te moeten sluiten, nam toe. Er volgde een grootscheepse én succesvolle promotiecampagne. Zo groeide het aantal kleutertjes in deze scholen in minder dan 30 jaar van ongeveer 4000 naar bijna 12000 vandaag.   

Deze ontwikkeling brengt echter ook groeipijnen met zich mee. Een overzicht.  

Wat met de kwaliteit van het onderwijs in Brussel ?

Zowel de Minister van Onderwijs als VOKA vrezen voor de kwaliteit van het onderwijs in Brussel omwille van het steeds dalende aantal “homogeen” Nederlandstalige kinderen. Op dit ogenblik komen slechts 9,5% van de kleuters en 11,8% van de leerlingen in het lager onderwijs in Brussel uit Nederlandstalige gezinnen. 30 jaar geleden was dat nog 86%.

De verklaring hiervoor ligt in een daling van het aantal Nederlandstaligen dat in Brussel woont, een daling van het aantal leerlingen uit de Vlaamse rand (-46% in 7 jaar) én een stijging van het aantal kinderen uit Brussel dat les volgt in de Vlaamse rand (+ 22% in 7 jaar).  

Vele ouders twijfelen door deze evolutie aan de onderwijskwaliteit. Vooralsnog is daar geen reden toe, maar alertheid en waakzaamheid zijn geboden. Onlangs werd in dit verband overigens een eerste, interessante maatregel ingevoerd : zesjarigen kunnen pas starten in het eerste leerjaar wanneer ze minstens één jaar Nederlandstalig kleuteronderwijs gevolgd hebben of slagen in een taaltoets.    

Scholen bijbouwen mits…

De Nederlandstalige scholen in Brussel zitten vol. De Vlaamse gemeenschap organiseert onderwijs voor 20% van de kinderen in Brussel. Daarmee neemt Vlaanderen ruim haar verantwoordelijkheid op. Bovendien staat Brussel voor een ware “kinder-explosie” : tegen 2050 zal de stad 50% meer kinderen tellen dan vandaag. Als de Vlaamse gemeenschap haar huidige aandeel in het Brusselse onderwijs wil aanhouden, dan moet zij tussen 2010 en 2020 drieduizend extra plaatsen in het basisonderwijs creëren.

Maar een dergelijke capaciteitsuitbreiding kan niet zonder een wijziging van het inschrijvingsbeleid. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat met Vlaamse middelen scholen worden bijgebouwd om uitsluitend anderstalige leerlingen te onderwijzen.

… het inschrijvingsbeleid wordt verstrakt

Het inschrijvingsbeleid van de scholen wordt geregeld door het GOK-decreet, met als basisprincipe: wie eerst komt, eerst maalt. Het inschrijvingsbeleid werd door dit paarse decreet helemaal uit de handen van de scholen genomen.

Voor Brussel werden in het kader van het GOK-decreet speficieke voorrangsregels voor Nederlandstalige kinderen voorzien, maar de invulling daarvan laat te wensen over. Zo volstaat het dat ouders op eer verklaren dat hun thuistaal Nederlands is, om zich te beroepen op de deze regel. Dit biedt onvoldoende garanties. Het inschrijvingsbeleid moet dan ook grondig herzien worden. Nederlandstalige kinderen moeten ten allen tijde in Nederlandstalige scholen in Brussel terecht kunnen. Het Vlaams regeerakkoord is hierover duidelijk : “Het Brussels luik van het GOK-decreet wordt geëvalueerd en zonodig herzien, zodat kwalitatief onderwijs verzekerd kan worden aan de Brusselse Vlamingen.”

En wat met de leerkrachten ?

Contacten met schooldirecteurs laten geen twijfel : het lerarentekort in Brussel wordt nijpend. De uitstroomcijfers van jonge leerkrachten spreken boekdelen. In Vlaanderen verlaten 26,5% van de leerkrachten het basisonderwijs na vijf jaar, in Brussel liefst 58,5%. Dit grote verschil is het gevolg van het grote aandeel anderstalige leerlingen, de lange woon-werkafstand, … en het feit dat lesgeven in Molenbeek of Anderlecht nu eenmaal anders is dan lesgeven in een plattelandsgemeente.

De Brusselpremie leek ons een geschikt instrument om dit lerarentekort aan te pakken. De Minister van onderwijs koos ervoor ze niet te weerhouden. Hij kondigde wel bijzondere maatregelen aan om het lerarentekort in Brussel tegen te gaan. We wachten af.

Et maintenant ?

Het Nederlandstalig onderwijs in Brussel is kwantitatief een succesverhaal. Anderzijds is voorzichtigheid geboden. Alle kinderen, zowel de Nederlandstalige als de anderstalige, én de leerkrachten hebben er belang bij dat meer Nederlandstalige kinderen in deze scholen les volgen. Daarom is een wijziging GOK-decreet, waarbij de voorrang voor Nederlandstalige kinderen eindelijk realiteit wordt, een absolute prioriteit.

 

Paul Delva (Vlaams volksvertegenwoordiger – CD&V)

Bianca Debaets (Brussels volksvertegenwoordiger – CD&V)