Mevrouw de minister, collega’s,
(1) Inleiding
Deze begrotingscontrole en de begroting 2010 voor de bevoegdheid cultuur vormen natuurlijk een weerspiegeling van de financiële storm waarin o.a. Vlaanderen en Brussel zijn terechtgekomen. Deze financiële storm heeft belangrijke gevolgen gehad voor de economische situatie van staten en deelstaten, wat dan weer een repercussie had en heeft op diverse budgettaire en begrotingsaspecten.
En dus kent ook de begroting cultuur een budgettaire knik, wat een echte breuk betekent na zovele jaren van groei, soms sterke groei.
Ik wil, bij het begin van deze uiteenzetting, even mijn appreciatie uiten voor de culturele spelers en alle actoren die op de één of andere manier bij deze begroting betrokken zijn. Heel veel actoren deelden mee dat zij begrip hadden voor de moeilijke, huidige budgettaire situatie, en dat ze hun verantwoordelijkheid wensten op te nemen in deze moeilijke problematiek, die hen ook maar overvalt. Ik waardeer dit, en ik wens te onderlijnen dat het feit dat de culturele sector in Vlaanderen in deze dus een verantwoordelijke en heel constructieve houding aanneemt, een krachtig en vertrouwenwekkend signaal vormt. Ik citeer hierbij even VOBK (maar ik had ook andere voorbeelden kunnen nemen) : “Er moet bespaard worden. We vinden het als culturele organisaties vanzelfsprekend dat ook wij hier ons steentje bijdragen. De relevantie van deze besparingen wordt door ons niet in vraag gesteld.”
Er wordt in deze begroting dus bespaard en bezuinigd. Dit is een heikele opdracht, en toch kan ik mezelf terug vinden in de grote lijnen die we vandaag bespreken. Enkele elementen wil ik hierbij naar voor brengen :
- Vooral de zogenaamde ‘apparaatskredieten’ zoals de eigen administratie, communicatiebudgetten, enz, worden getroffen. Ik vind dit geen evidente, maar wel een moedige keuze.
- Anderzijds worden toch kredieten voorzien voor reeds genomen engagementen zoals de uitbreiding van deSingel, de uitvoering van VIA, …
- En er worden ook eindelijk – en ondanks de moeilijke financiële situatie – middelen voorzien voor het Topstukkenfonds (102.000 euro), zodat ook dit belangrijke onderdeel van het Topstukkendecreet kan uitgevoerd worden.
(2) Derde begrotingscontrole 2009
Ik heb toch ook enkele vragen ter verduidelijking bij de begrotingscontrole 2009 :
- HCO 1HD112 +113+115 : dit gaat over de subsidies voor de uitvoering van het decreet op het sociaal-cultureel werk van 2003. Ik ben tevreden dat de minister een belangrijke inspanning levert om de toezeggingen die de vorige minister van cultuur in deze commissie deed n.a.v. een vraag om uitleg die ik hem stelde, hard te maken. Even ter informatie : de vorige minister van cultuur had zowel in 2008 maar ook bij de opmaak van de begroting 2009 te weinig middelen voorzien om het decreet correct uit te voeren, inclusief de indexering ! We begrijpen uit de correspondentie van de belangenbehartiger FOV dat er nog steeds een discussie is over de wijze waarop de indexering van de subsidies moet berekend en toegepast worden. FOV baseert zich op artikel 47 van het decreet maar volgens de administratie kan of mag men artikel 47 niet zonder meer toepassen. Als dit inderdaad zo zou zijn (daarover dus graag het standpunt én de motivering van de minister) dan zou ik durven voorstellen om dit probleem op te lossen in het programmadecreet dat we binnenkort zullen bespreken : dan zou b.v. artikel 47 aangepast kunnen worden zodat de administratie het decreet correct kan uitvoeren en de organisaties ook eindelijk rechtszekerheid hebben over hun subsidies.
- BA HD3311C en HD 3324C en HD 3325 C : De subsidies voor de steunpunten Bibnet en Locus worden niet geïndexeerd, maar die voor Socius blijkbaar wel (niet volledig maar toch gedeeltelijk) : waarom dit verschil ?
- BA HD4302C : subsidies voor uitvoering decreet lokaal cultuurbeleid waarbij de indexering blijkbaar niet volledig wordt doorgevoerd : wordt deze besparing lineair over alle gemeenten verdeeld, d.w.z. zullen ze allemaal minder subsidies krijgen dan voorzien, en zullen alle gemeenten, relatief gezien, dezelfde daling kennen ?
- BA HE3385D : subsidies aan kunstorganisaties (uitvoering kunstendecreet) -633.000 EUR : in de toelichting op p. 78 van stuk 17 lezen we – en ik citeer – “de begrotingscontrole voert een besparing door. Besparing benoemen” : misschien kan de minister deze besparing in commissie vandaag mondeling benoemen ?
- Basisallocatie HE 4109 E (Dotatie aan de KMSKA) : ik ben tevreden dat de KMSKA-dotatie wordt verhoogd met 150.000 euro om de grondige renovatiewerken voor te bereiden. Het Rekenhof merkt wel op : “De toelichting vermeldt dat het museum sluit op 1 januari 2010. Het museum zal echter later sluiten. De nieuwe exacte sluitingsdatum is nog niet bekend.” En Bij de begroting 2010 merkt het Rekenhof verder op : “De toelichting bij de begroting van de KMSKA vermeldt dat de ontmanteling van de collectie en de verhuis van het personeel bij de renovatiewerken zware meerkosten betekenen. Het KMSKA vraagt daarom 600.000 EUR extra ter voorbereiding van de sluiting. De dotatie steeg echter niet, maar daalde van 3,1 miljoen EUR naar 2,7 miljoen EUR. De toelichting bij inkomstenartikel 46.10 van de DAB stelt dat de vraag om een extra dotatie zal worden bekeken bij de begrotingscontrole. Er is dus mogelijks een onderschatting van de uitgaven in de algemene uitgavenbegroting 2010.” Ik heb hierover volgende vraag : wanneer zal het KMSKA sluiten en wat is de stand van zaken van de uitvoering van het Masterplan : contracten met de architecten, voorbereiding van de verhuis, enz. Ik verwijs hier ook naar de interpellatie van collega Dirk de Kort in dit verband (in januari van dit jaar).
(3) Begroting 2010
De eerste échte begroting van de nieuwe minister is natuurlijk de begroting 2010 en – ook al moet hier opnieuw bespaard worden – toch merken we ook enkele belangrijke nieuwe of vernieuwende beleidsaccenten :
- Het krediet voor cultuurinvest wordt verhoogd zodat dit vrij nieuwe beleidsinstrument op kruissnelheid kan komen, en volop tot resultaten kan leiden;
- En ook het budget voor e-cultuur wordt opgetrokken.
Ik denk dat deze twee voorbeelden duidelijk aantonen dat ook in deze budgettair donkere tijden de blik op de horizon wordt aangehouden. Meer dan ooit denk ik dat, ook in het culturele beleidsdomein, lange termijnpistes en oplossingen het nodige houvast kunnen bieden.
Meer in het algemeen begrijpen we natuurlijk de keuze van de minister om aan de ene kant de algemene besparingsregels van de Vlaamse regering toe te passen :
- gedeeltelijke toepassing van de laatste indexsprong;
- nulindexatie van de niet-loongebonden kredieten;
- vermindering van de apparaatkredieten met 2,5% voor loon en 5,0% voor werking;
- vermindering van subsidies met 5% (facultatieve subsidies) of 2% (gereglementeerde subsidies)
- besparing van 20% op de communicatiebudgetten en consultancybudgetten.
Eén van de gevolgen van deze regels is natuurlijk dat de eigen grote culturele instellingen hierdoor wel een flink deel van het gelag betalen, en daar blijven we natuurlijk ook niet blind voor.
Aan de andere kant werd gekozen voor een principieel lineaire besparing (het zogenaamde kaasschaafprincipe), met weliswaar meerdere belastingspercentages. En net deze laatste bemoeilijken een eenvoudige lezing en interpretatie van de bezuinigingen over sectoren en instellingen heen. Wellicht kan een heldere en pedagogische uitleg over de gevolgde werkwijze en de concrete toekenning van subsidies op dit vlak soelaas bieden. Ik verwijs in dit kader ook even naar het schrijven dat OKO enkele dagen geleden naar zijn leden verstuurde.
Wellicht was het na enkele maanden nog niet mogelijk om fundamentele beleidskeuzes te maken en b.v. sommige uitgaven helemaal te schrappen zodat er op andere uitgaven minder of niet bespaard moest worden. We hopen dat de sector samen met de minister deze oefening toch wil maken in de loop van de komende maanden. We zijn dan ook blij met b.v. de brief van VOBK die dit debat uitdrukkelijk wil aangaan en hopen dat ook de andere belangenbehartigers en steunpunten hun voorbeeld zullen volgen.
Ook bij de begroting 2010 wil ik nog enkele vragen om verduidelijking stellen :
- BA HBO HC0091211 : billijke vergoeding (0 : pro memorie) : werd dit krediet naar een andere basisallocatie overgeheveld of werd dit project van de 3e betalersregeling voor de billijke vergoeding stopgezet ?
- Basisallocatie HB0 HC036 4322 : specifieke bijdragen aan gemeenten – cultuurgemeente van Vlaanderen. Met een opvallende opmerking van het Rekenhof :
“De omschrijving van deze basisallocatie in de toelichting stemt niet volledig overeen met die in de tabel: de toelichting gewaagt van cultuur- en sportgemeente en vermeldt bovendien het decreet van 18 januari 2008 houdende flankerende maatregelen ter bevordering van de participatie aan cultuur, jeugdwerk en sport. De toelichting bij deze basisallocatie stelt dat voor 2010 in 400.000 EUR moet worden voorzien (200.000 EUR voor de titeldragende gemeente en 200.000 EUR voor de voorbereidende gemeente). De tabel bevat, net als de toelichting, (slechts) een niet gesplitst krediet van 200.000 EUR. Overeenkomstig de toelichting zal de stad Oostende, als cultuurgemeente van Vlaanderen, in 2010 een subsidie van 200.000 EUR ontvangen. Er wordt evenwel niet verduidelijkt op welke basisallocatie de subsidie voor het voorbereidende jaar aan de stad Gent, als Sportgemeente van Vlaanderen in 2011, zal worden aangerekend.” Mijn vraag hierover is dus : wordt dit bedrag van 200.000 voor de sportgemeente voorzien door uw collega voor sport Muyters ?
Ik stip nog enkele andere aandachtspunten aan die wij, in het kader van deze begrotingsbesprekingen, de komende dagen, weken en maanden in het oog moeten houden:
- het is momenteel niet mogelijk om af te leiden wat de basisenveloppe is voor de diverse werksoorten van het sociaal-cultureel werk binnen de verschillende allocaties. Om de juiste impact van de besparingen te kennen zou het dus nuttig zijn om te beschikken over de exacte opdeling van de allocaties 2008, 2009 en 2010 (aandeel basissubsidie en aandeel indexering).
- Het blijft voorlopig wachten op de betoelaging van de experimentele projecttoelagen voor de sociaal-culturele verenigingen voor 2009. Ik hoop dat er in deze snel schot in de zaak komt, en dat de huidige obstakels (geen uitvoeringsbesluit, onvoldoende motivatie) alsnog kunnen weggewerkt worden.
- Ik kom ook nog even terug op het meningsverschil met FOV over het vraagstuk van de indexering en de toepassing van artikel 47 van het decreet op het sociaal-cultureel werk. Ik denk dat het in het voordeel van alle partijen is dat deze discussie, die de Minister overigens geërfd heeft, en al een hele tijd aan de gang is, definitief zou kunnen worden beslecht.
(4) Besluit
Ik kom tot een tweetal conclusies :
1) Belangrijk vind ik alvast de uitnodigende houding van de minister : bij de eerste budgetcontrole 2010 wil de minister samen met de sector kijken waar door de besparingsoperaties (eventueel) veroorzaakte “collateral damage” zou ontstaan zijn, die dan zou moeten rechtgetrokken worden.
2) De budgettaire oefening die wij vandaag bespreken, is geen evidentie. De bouwstenen ervan zijn de volgende : een bijzonder moeilijke financiële en budgettaire context, en dit na een periode van hoogconjunctuur, een nieuwe regering, een nieuwe minister met een fel afgeslankt kabinet, een (terecht) mondige sector met terechte verwachtingen. Om met die bouwstenen een stevig huis te bouwen, bestand tegen regen en stormwind, hebben we sterke cement nodig. En een dergelijk sterk huis is in het belang van iedereen : van de culturele spelers op het terrein, de steunpunten, de koepels, de belangenbehartigers, en natuurlijk de cultuurparticipanten. En dat cement, collega’s, zal de komende weken en maanden bestaan uit vertrouwen, uit dialoog, uit overleg, én uit het vaste geloof dat dit parlement en deze regering uitsluitend het allerbeste voorheeft met onze unieke en waardevolle culturele sector.
Ik dank u.
