2008 was het jaar van de economische ‘meltdown’. Een jaar van wanhoop en drama, maar ook van hoop en Obama. Een jaar waarin Abba weer ‘money, money, money’ zong en de ministers van begroting ‘Mamma Mia’ riepen.
Er is een advies dat we de lezer willen schenken, geheel gratis maar niet gratuit. CD&V geeft u allen de raad om te beleggen in de cultuursector. Het rendement dat in deze portefeuille steekt is groot en duurzaam.
Eerst en vooral is voor CD&V de beste belegging, één als Social Responsible Investment. Wie in een tijd van tax shelters en rollende fondsen heeft ontdekt dat cultuur een volwaardig element van de economie is, vergeet misschien dat cultuur een volwaardig onderdeel is van de samenleving. CD&V gelooft niet in een cultuurbeleid waarin men alle verlangens van het publiek kanaliseert in de richting van consumptie. Cultuur ontstaat van onderuit en wordt gedragen door een heel middenveld van organisaties en verenigingen dat een groot sociaal kapitaal vertegenwoordigt. Deze cultuur is duurzaam, want geworteld in onze lokale gemeenschappen, en dient een baken voor openheid en verdraagzaamheid te zijn. De enig juiste aandeelhoudersstructuur van de culturele sector is voor ons die waarin élk lid van onze samenleving – al dan niet georganiseerd – vertegenwoordigd is.
Een tweede belegging die we u adviseren is er een in risicokapitaal. Een cultuursector die alle artistieke risico’s moet schuwen, is niet langer bezig met cultuur maar met economische groei. Sommige (De Standaard, 9 januari) geloven dat ‘vernieuwing in cultuur veeleer vanzelf gebeurt’. Daarmee geven ze aan evenveel respect voor kunst & cultuur te hebben als sommige politici uit de jaren tachtig. Die toonden evenveel verantwoordelijkheidszin, wanneer ze vonden dat ‘een gat in de begroting dat er vanzelf was gekomen, vanzelf moest verdwijnen’. Over het woord ‘vernieuwing’ kan fel gediscussieerd worden, over de noodzaak aan ondersteuning van jong en divers talent en ruimte voor experiment niet. Literatuur, sculptuur en ‘peinture’: allemaal zijn ze schatplichtig aan de belangrijkste onder de ‘turen’: ‘het avon-tuur.’ Plaats bieden aan jong & nieuw talent is voor CD&V een investering in menselijk kapitaal.
Verder maken Internationale Fondsen deel uit van onze portefeuille. De cultuursector heeft geen investmentbank of ratingbureau nodig om internationaal te denken; dat bewijst de aanwezigheid van Vlaamse kunstenaars, gezelschappen en instellingen wereldwijd. Om dit beter te omkaderen wil CD&V een nauwe samenwerking ontwikkelen met toerisme en de diverse spelers die Internationaal Vlaanderen op het terrein reeds heeft. De inspanningen in 2009 van de cultuurschepen in Antwerpen zijn hiervan trouwens treffende illustraties: New York (Red Star Line), Tokyo (mode) en Singapore en Shangai (beeldende kunst). Als we Vlaanderen duidelijk willen positioneren in het Europa van de regio’s dan moeten we alles inzetten op onze sterkste troef en dat is cultuur, zowel de hedendaagse als onze cultuurgeschiedenis. We moeten Vlaanderen hierbij profileren als één cultuurregio. Daarom moeten we de concurrentie tussen de Vlaamse steden overstijgen want in overleg en in complementariteit kan je meer bereiken. De link met Toerisme en Economie weze duidelijk. Brussel is daarbij de motor. Brussel versterken op de internationale scène is goed voor Vlaanderen, maar is ook goed voor Brussel, want Vlaanderen kan met haar cultuurbeleid heel wat kansen bieden, zelfs binnen de huidige institutionele context. Dit veronderstelt een open houding van de Vlaamse Gemeenschap in Brussel. Een cultureel verdrag met de Franstalige Gemeenschap kan niet langer op zich laten wachten. De faam van onze artiesten, de kwaliteit van onze instellingen (ook de federale) en de dynamiek van onze steden: ze vormen een krachtig trio dat onze culturele uitstraling op de internationale scène onmiskenbaar vergroot.
Vervolgens raden we u een belegging in vastgoed aan, met een gegarandeerd rendement op lange termijn. CD&V kiest er immers voor om tijdens de volgende legislatuur zwaar in te zetten op infrastructuur. Vlaanderen moet sneller investeren zodat dure renovaties of restauraties kunnen vermeden worden. Alle culturele gebouwen die met Vlaamse subsidies worden gebouwd of gerund, moeten beantwoorden aan de hedendaagse normen inzake duurzaamheid, architecturale kwaliteit én toegankelijkheid. We pleiten daarom voor een convenant tussen de Vlaamse regering en de centrumsteden, waarin de nodige middelen worden overdragen zodat de steden een volwaardig én complementair cultuurbeleid kunnen voeren.
Tenslotte is er ons spaarboekje. In onze musea hangen tot nader order geen ingelijste cheques maar schilderijen en kunstvoorwerpen. Alleen wie het verleden bewaart, kan de toekomst vrijwaren. Erfgoed is meer dan het geheugen van een gemeenschap, het is de levensverzekering voor een vitale cultuur, één die in dialoog durft treden met zowel heden als verleden. Wetenschappelijk onderzoek, restauratie en conservatie zijn daarbij bondgenoten die in de afgelopen beleidsperiode achteraan in de rij stonden. Wij willen hierin verandering brengen.
Nog enkele slotbedenkingen: elke euro subsidie mag, nee moét in vraag gesteld worden. Maar het hele subsidiebeleid inruilen voor enkele vage ideeën als ‘uitwisseling van creativiteit’ en ‘uitbreiding van de tax shelter ‘ is even roekeloos als beleggen in de toekomst van onze samenleving zonder depositobescherming. Kunst en cultuur moeten meer zijn dan een weerspiegeling van productieverhoudingen. Economen mogen uitgaan van schaarste aan goederen maar dat geldt niet voor de productie van schoonheid. Schoonheid is net als de waarheid, nooit schaars, altijd onuitputtelijk. Alleen al vanuit dit ‘waardendiscours’ is cultuur als beleidsdomein van vitaal belang voor de christendemocraten.
Philip Heylen (CD&V schepen voor Cultuur van de stad Antwerpen); Dirk de Kort en Paul Delva (Vlaamse volksvertegenwoordigers voor CD&V), namens het CD&V Cultuurforum
