Tussenkomst begrotingsbesprekingen 2009: cultuur

 

De beleidsbief cultuur die we in de commissie bespraken geeft een duidelijk overzicht van het Vlaamse cultuurbeleid van de laatste 10 jaar, gekoppeld aan een duidelijk budgettair overzicht. Vanwege onze fractie enkele bedenkingen hierbij.

 

- We merken in de eerste plaats sinds 1999 een grote stijging van het cultuurbudget, met een inhaalbeweging op alle deeldomeinen van cultuur. Deze stijging was ondermeer nodig, collega’s, om de ambitieuze doelstellingen te verwezenlijken waar deze meerderheid achter staat, nl. enerzijds een uitbreiding van een kwalitatief hoogstaand cultuuraanbod, en anderzijds een grotere participatie aan het rijke culturele leven in Vlaanderen en Brussel (waarbij participatie staat voor “deelnemen aan” en “deelhebben aan”.

 

- Deze legislatuur is gekenmerkt door een paar grote hervormingsdecreten (erfgoeddecreet, participatiedecreet, e.d.). Heel veel nieuwe initiatieven staan hierdoor in de steigers; het spreekt voor zich dat we deze – en met name deze die voortkwamen uit het participatiedecreet – in de volgende legislatuur grondig zullen moeten evalueren. Deze belangrijke sectorale decreten vormden tot dit jaar een coherent en logisch geheel. We zullen moeten nagaan hoe de laatste decreten die dit parlement stemde – het participatiedecreet en het circusdecreet – hun plaats vinden in dit grote decretale gebouw.

 

- Cultuur en het culturele beleid hebben natuurlijk nood aan “eye-catchers”, aan wervende initiatieven, aan evenementen. De Minister heeft hier een aantal zaken gerealiseerd of verder uitgebouwd (b.v. de hoge vlucht die de erfgoeddag genomen heeft, de invoering van de 1-euro maatregel voor de musea, …). Een aantal bedenkingen hierbij :

 

o de aandacht die het evenementiële, of – ruimer gesteld – de zichtbare elementen van het beleid terecht krijgt, mag nooit de werking op lange termijn, de werking in de diepte, de duurzame werking van het cultuurbeleid belemmeren. In dit kader blijven we o.a. een structurele oplossing vragen voor de heikele financiële situatie van het Vlaams Fonds van de Letteren. We trekken hierbij geen partij, maar vragen gewoon dat een duurzame oplossing gevonden kan worden, in nauw overleg tussen het Fonds en het beleid. We vragen ook, in navolging van de 1 euromaatregel voor de musea die als gevolg zou moeten hebben dat jongeren gemakkelijker de weg naar de musea vinden, dat de nodige middelen voorzien zouden worden voor de educatieve teams van de betrokken musea. M.a.w. : meer jongeren in de Vlaamse musea zien is goed, ze blijvend kunnen boeien door een verzorgd en pedagogisch onthaal in de musea is nog beter.

 

o De invoering van dergelijke zichtbare maatregelen (maar hetzelfde geldt voor de meeste andere maatregelen van het cultuurbeleid) verloopt het best in nauw en constructief overleg met de betrokken sector. Ik denk dat de volgende minister van cultuur hier ook de nodige aandacht aan zal moeten besteden.

 

- We denken dat de samenwerking tussen de beleidsdomeinen “cultuur” en “onderwijs” een bijzonder aandachtspunt moet worden voor de volgende regering (ik refereer hier even naar het fameuze “Bamford”-rapport). O.a. inzake cultuureducatie kan Vlaanderen de komende jaren nog grote stappen vooruit zetten.

 

- Meer in het algemeen moeten we ervoor zorgen dat aan de culturele sector in de ruime zin van het woord – dus zeker met inbegrip van de sociaal-cultureel sector en zijn verschillende werksoorten (de verenigingen, de bewegingen, de landelijke vormingsinstellingen en de volkshogescholen – vanwege het beleid het nodige vertrouwen en de nodige vrijheid zou geboden worden. Uit het interessante initiatief “Boekstaven” dat de belangenbehartiger FOV verleden week in Mechelen organiseerde, bleek o.a. dat met name de landelijke vormingsinstellingen vragen hebben bij het strakke decretale keurslijf waarin zij momenteel zitten. Ik haalde tijdens dit evenement ook nog aan dat blijvend aandacht moet besteed worden aan de “kleinere bewegingen”, die soms met 1 of 2 betaalde medewerkers hun maatschappelijk belangrijke thema over heel Vlaanderen moeten uitstrooien. En wat ons rijke verenigingsleven in Vlaanderen betreft : we kunnen dit niet genoeg koesteren, en de tienduizenden vrijwilligers die er vorm aan geven, blijvend aanmoedigen en ondersteunen. Ook vanuit onze christen-democratische ideologie van het personalisme spelen verenigingen een cruciale rol : ze laten mensen toe om – in verbondenheid en geborgenheid – gemeenschap te vormen. En die gemeenschappen geven net vorm aan onze samenleving.

 

- CD&V blijft voorstander – net als de huidige Minister van cultuur – van een belangrijk cultureel samenwerkingsakkoord met de Franse gemeenschap. Met name in onze hoofdstad Brussel zou een dergelijk akkoord belangrijke – soms concrete – gevolgen hebben.

 

- We dringen er op aan dat de minister van cultuur zo snel als mogelijk onderhandelingen opstart rond de hernieuwing van de overeenkomst over de financiering van de KVS in Brussel. Deze onderhandelingen zouden deze keer niet te lang mogen aanslepen.

 

- De CD&V-fractie vraagt dat de volgende minister van cultuur zijn of haar beleid meer nog dan vandaag stoelt op wetenschappelijk cijfermateriaal (bijv. : in welke mate is men geslaagd in de terechte intentie om het culturele leven verder te interculturaliseren, of : in welke mate hebben de verschillende initiatieven ter bevordering van een grotere participatie aan culturele activiteiten vruchten afgeworpen ?

 

- De totstandkoming tijdens deze legislatuur van nieuwe steunpunten zoals FARO en Locus was een goede zaak. In de volgende legislatuur zullen we hun werking natuurlijk grondig evalueren. We menen dat de volgende minister van cultuur nog verdere stappen moet zetten in een herschikking van de bovenbouw in de culturele sector.

 

- We herinneren de Minister ook nog even aan de motie die dit parlement onlangs goedkeurde, en waarin gevraagd werd om – via beleidsinstrumenten zoals beheersovereenkomsten met theaterensembles – de aandacht voor de “klassieke canon” in de toneelwereld aan te wakkeren.

 

- CD&V hoopt tenslotte dat de volgende minister van Cultuur aan de dynamische actoren op het culturele veld (sociaal-cultureel, kunsten, erfgoed, …) de ruimte en het vertrouwen zal blijven schenken zodat ze – zonder betutteling of inmenging – “hun ding” mogen blijven doen. Cultuur van onderuit is gedragen cultuur. Gedragen cultuur is duurzame cultuur. En duurzame cultuur, geworteld in onze lokale samenleving, is een baken voor openheid en verdraagzaamheid.

 

Mijnheer de Minister, wij wensen u veel succes met de uitvoering met uw beleidsbrief.