Uit het antwoord op een parlementaire vraag aan bevoegd staatssecretaris Laanan over het aantal jaarlijkse evaluatie van ambtenaren bij de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel, blijkt dat niet elke ambtenaar die jaarlijks zou moeten worden geëvalueerd, ook effectief wordt beoordeeld.

Uit cijfers gespreid over een aantal jaren (van 2014 tot en met 2017) blijkt dat ongeveer 36% jaarlijks een evaluatiegesprek krijgt. Dit is dus slechts iets meer dan een derde van de ambtenaren. Nochtans is de administratie sinds 2014 verplicht om jaarlijks zijn ambtenaren te evalueren. Van die 36% waren er 0,38% negatieve beoordelingen.

Toen ik de bevoegde staatssecretaris aansprak over dit geringe aantal jaarlijkse evaluaties, kondigde Laanan aan dat ze wil overstappen naar evaluaties om de twee jaar.

Het lijkt me vreemd dat de staatssecretaris de jaarlijkse verplichting wil afzwakken alleen omdat men de doestelling om jaarlijks te evalueren niet haalt. Nochtans komen dergelijke evaluatiemomenten zowel de organisatie als de ambtenaren ten goede. De cijfers tonen aan dat er een probleem is, waarom dan niet de nodige maatregelen nemen opdat dit gesprek jaarlijks wél met elke  ambtenaar kan aangegaan worden? Door meer evaluaties te houden, worden ook - op basis van negatieve evaluaties – problemen sneller gedetecteerd. Ik dring er dan ook bij de staatssecretaris op aan om jaarlijks te blijven evalueren, zoals dit gebeurt bij elke andere overheid.

 

 

Totaal aantal ambtenaren

Geëvalueerde ambtenaren

Negatieve evaluaties

2014

1408

369

5

2015

1528

838

6

2016

1583

665

8

2017

1725

368

5

 

6244

2240

24

 

 

35,87%

                          0,38%